Opinie: Anders kijken naar voedsel

Nederland heeft een sterke internationale positie op landbouw. Onze landbouwexport is hoog; niet alleen in producten, maar ook in kennis. Helaas is die kennis sterk gericht op productiviteit, in plaats van op toekomstbestendigheid. Die positie en onze kennisinstituten moeten we inzetten om in Nederland en daarbuiten de transitie naar toekomstbestendige voedselproductie en –consumptie te maken. De overheid moet niet, zoals nu, de consument beschermen op de prijs, maar de burger in staat stellen keuzes te maken.

Onder druk van de stijgende voedselvraag van een groeiende wereldbevolking is de landbouwsector de laatste halve eeuw geïndustrialiseerd. Dit voedselproductiesysteem is niet toekomstbestendig; het ontwricht ecosystemen door schade aan klimaat, milieu, landschap en biodiversiteit. Om de aarde sterker achter te laten voor toekomstige generaties moeten we inzetten op de transitie naar ecologische landbouw. Uit recent onderzoek van de Wageningse hoogleraar Tittonell blijkt dat het mogelijk is om de voedselproductie minder intensief te maken en tegelijkertijd aan de toekomstige wereldvoedselvraag te voldoen.

Onder invloed van marktdenken is de landbouwsector sinds de oorlog sterk gericht op zo efficiënt mogelijk produceren, tegen een zo laag mogelijke prijs. Niet zonder succes: voedsel was nog nooit zo goedkoop. Maar de prijs die we in de winkel betalen komt niet overeen met de maatschappelijke kosten, want de schade die het voedselproductieproces toebrengt aan de aarde en haar bewoners is niet in de prijs verrekend.

Ecologische landbouw wil zeggen: voedsel produceren in evenwicht met de natuurlijk omgeving, door kringlopen te sluiten, zodat het ecosysteem zichzelf reproduceert – op bedrijfsniveau en mondiaal niveau. Dat is niet een beetje duurzamer, iets meer dierenwelzijn en iets minder pesticiden spuiten; voor deze transitie moeten we ons voedselproductieproces opnieuw inrichten.

Sterke markt, sterke overheid

De landbouw is verworden tot een industrieel conglomeraat. Hierbij jagen de financiers elkaar op om zo goedkoop mogelijk te produceren. In de voedselproductieketen is de macht in handen van enkele inkopers die de voedselproductie sturen. Alleen grootschalige productie wordt nog gefinancierd. Onze boeren zijn gebonden aan contracten met leveranciers en slachterijen en hebben vaak schulden.

Om de macht van de inkopers en de financiers te beperken, om boeren hun ondernemersvrijheid terug te geven, is een sterke overheid nodig. Deze overheid daagt de boeren uit zich vrij te maken van afhankelijkheidsrelaties. We moeten terug naar verantwoord produceren waar de nadruk ligt op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. Daar moet ook de financiering op worden afgestemd. Hier ligt ook dé uitdaging voor onze volksvertegenwoordigers in Europa.

Van consument naar burger

Aan de productiezijde ontbreekt het (machts)evenwicht tussen de verschillende ketenpartners. Aan de consumptiezijde dringt ons gedrag als burger, boos over kiloknallers en het gebruik van pesticiden, niet door tot ons koopgedrag als consument. Een sterke overheid kan bijdragen aan nieuw evenwicht. Een eerste stap is een eenvoudige aanpassing van de mededingingswet; waar nu in de wet gesproken wordt over de consument, willen wij dat er gesproken wordt over de burger. Dat is meer dan alleen symbolisch. De overheid moet niet, zoals nu, de consument beschermen op de prijs, maar de burger in staat stellen keuzes te maken.

Om burgers te empoweren is meer transparantie nodig over hoe voedsel wordt geproduceerd. De huidige wildgroei aan keurmerken draagt niet bij aan transparantie. Er moet één keurmerk komen die producten beoordeelt op een aantal kenmerken, zoals dierenwelzijn, gezondheid en milieu-impact. Op die manier kan de burger zijn eigen keuze maken.

Dit opiniestuk is geschreven door Route 66. Route66 is de jongerendenktank van D66. Op 1 november wordt de concept Landbouwvisie besproken op het D66 Congres. 

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *